Ontvang de nieuwsbrief en de gratis videotraining

‘In 3 Stappen naar een Spannende Tekst’

Een héél léuk blóg!

3 februari 2020 • Geen categorie

Het is een voortdurende discussie in de literatuur. Besteden de schrijvers van tegenwoordig genoeg tijd aan grote thema’s? Dat zou wel moeten, vind ik. Daarom geef ik hier vast een voorzet. Want dit blog gaat over ʹ.

Inderdaad: over ʹ. Of anders gezegd: over het verschil tussen e of é. In het land van journalisten en redacteuren leidt dat verschil tot discussie. Want dat accentteken op é… kan dat wel?

Sommige redacteuren vinden van niet. Volgens hen worden die accenten gruwelijk misbruikt. En inderdaad, op social media wordt een leuk feest al gauw een héél érg léúk féést. Waarbij die accenten op ‘heel erg leuk’ dienst doen als repeterend uitroepteken, en die op ‘feest’ laten zien dat de auteur er waarschijnlijk aan heeft deelgenomen.

Functioneel

Dit kan inderdaad wel een onsje minder. Maar volgens mij bestaat er verschil tussen deze fun-accenten en functionele – en die functionele zijn er zeker. Neem het woord ‘wel’. Normaal is dat ongeveer het saaiste in het groene boekje: een onbeklemtoond bijwoord, dat ook nog eens weinig betekent.

Kijk bijvoorbeeld naar de zin hieronder:

Ik wil wel wat werk verzetten.

Daar knalt de ijver niet van af. Werken… best wel… soort van. Als het maar niet vermoeiend wordt.

Vergelijk dat met:

 Ik wil wél wat werk verzetten.

Een levensgroot verschil. Zonder accent ligt de spreker in een winterslaap, met dat accent erbij is hij juist de enige die wat uitvoert. Want dat piepkleine ʹ zet de zaak op scherp. Het creëert een tegenstelling: de spreker staat 24/7 met zijn handen uit de mouwen, maar zijn collega’s… daar moeten we het niet van hebben.

Eén man

Een ander voorbeeld: het woord ‘een’. Ook dat kan wel wat peper gebruiken. In de onderstaande zin valt het nauwelijks op:

Op het plein liep een man.

Maar kijk nu eens naar dezelfde zin, en dan met een accent.

 Op het plein liep één man.

Nu komt de zin tot leven, en wel door die ʹ. Dat zet dat ‘een’ niet alleen in de schijnwerpers, het woord krijgt een andere betekenis. Want blijkbaar is het belangrijk dat die man daar loopt in zijn eentje. Misschien organiseerde de overheid een grote bijeenkomst, en was die man de enige die kwam opdagen. En als de president dan later beweert dat de hele stad was uitgelopen, kun je dat weerleggen. Met dat ʹ.

Toch een groot thema dus. Een héél érg gróót théma. Bést wél.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *